1141
Eerste vermelding van de naam ‘Meppele’ in een oorkonde van het cartularium van Dikninge
ca. 1300
Eerste bewijs van bewoning in Meppel
In een goederenregister worden genoemd: de erven Evesingehus(Oosterboer), Anekingehus en Woltingehus, die dan de eigenlijke kern van Meppel vormen.
Ten ZW van Meppel aan het Meppeler diep lag Dincstadinchus en in Nijeveen Severdingehus.
Voor 1414
Havezate Vledderinge eigendom van edelman
Folkier van Scalcwijk.
Vanaf 1414 werden rechtszaken voor Meppel en de wijde omgeving (Kolderveen, Nijeveen, Koekange) door de schulte van Meppel afgehandeld.
1422
Meppel krijgt eigen parochiekerk bij de stenen brug over de Wetering en een pastorie (op de huidige Wheem) en wordt dus een zelfstandig kerspel.
1437
Markescheiding van Meppel. Aantal erven uitgebreid tot 45 door opsplitsing van de bestaande erven en ontginningen.
1460
David van Bourgondie, de bisschop van Utrecht, geeft Meppel het privilege om tweemaal per jaar (in april en in september) een jaarmarkt te houden
1487
De bisschop van Utrecht geeft Meppel toestemming een weekmarkt (op woensdag) te houden. Centrumfunctie versterkt. Meppel wordt vestigingsplaats voor neringdoenden en handwerkslieden.